HomeOver onsNieuws Gemeenten: Uitbesteden aan aannemers

Gemeenten: Uitbesteden aan aannemers

Persberichten

VolkerWessels lanceert een nieuw initiatief voor samenwerking met gemeenten. Op basis van meerjarige prestatieafspraken wordt al het beheer en onderhoud voor de totale openbare ruimte uit handen genomen. De aannemer krijgt middels meerjarige prestatieafspraken de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden. Het concept is ontwikkeld door dochteronderneming de M.J. Oomen Groep.

Ontzorgen meerjarige prestatieafspraken

Ontzorgen door meerjarige prestatieafspraken

VolkerWessels is een Nederlands concern met een decentraal model en zo’n 120 ondernemingen die actief zijn in drie marktsectoren. Het gaat hier om bouw & vastgoed, infrastructuur en energie & telecom. Op basis van meerjarige prestatieafspraken wordt al het beheer en onderhoud voor de totale openbare ruimte uit handen genomen. De gemeente Haarlem heeft onlangs al een concrete uitvraag gedaan voor het volledige vierjarige resultaatgericht dagelijks onderhoud van de domeinen ‘riolering en grondwater’, ‘kunstwerken en oevers’, ‘openbare verlichting’ en ‘verhardingen, asfaltherstel en markering’. Ook de gemeente Schouwen-Duiveland is met het concept bezig.

 

“Het doel van het concept is om prestatiegericht te werken. Dat houdt in dat de klant voor één bepaalde dienst betaalt en dat er één dienstverlener is. Je hebt dus met één aanspreekpunt te maken. In samenwerking met andere VolkerWessels ondernemingen letten we nu de stap naar prestatiegericht beheer en onderhoud van de volledige openbare ruimte,” aldus directeur Peter van der Wee van de M.J. Oomen Groep. “Er wordt met de gemeente één vastgesteld budget afgesproken en voor dat bedrag wordt de openbare ruimte onder handen genomen en op het afgesproken prestatie-niveau gehouden.”

Innovatieteam

Middels meerjarige prestatiecontracten wil het bedrijf gemeenten uit de brand helpen door al het onderhoud en beheer van de hele (afval)waterketen uit handen nemen. Twee jaar geleden merkten we veranderingen op bij gemeenten. Ze wilden voortaan vaker een regierol vervullen. Er moet meer gedaan worden met minder budget en de kwaliteit van de openbare ruimte staat onder druk. Die veranderingen hebben ons ook aan het denken gezet. We zijn gaan brainstormen over de toekomst van het bedrijf en de hulp die wij gemeenten kunnen bieden,” weet de directeur. “Die brainstormsessies hebben in een concept geresulteerd. Het idee is ontstaan op basis van een veertigtal interviews met wethouders, gemeentesecretarissen en afdelingshoofden van gemeenten. Uit die vraaggesprekken kwam naar boven waar men het meest tegenaan liep en hoe zij de rol van de markt zagen. We hoorden het verhaal en daarmee de wensen en behoeftes van de klant.

 

Nadat we hun bevindingen hadden onderzocht, hebben we onszelf onder de loep genomen. Ook is uitvoerig deskresearch redaan. Uiteindelijk is een innovatieteam opgezet. Die groep bestaat uit een gemêleerd gezelschap. Er zitten specialisten vanuit de sectoren innovatie, energie, HRM, duurzaamheid, onze eigen mensen en gemeenten in. Gezamenlijk hebben we ideeën bedacht en een aantal businessmodellen opgezet om op de veranderende maatschappij in te spelen.”

Paul van Tuil is hoofd van de afdeling Openbare Werken van de gemeente Schouwen-Duiveland. Deze gemeente heeft met een structuurwijziging te maken. Bij de afdeling Openbare Werken zijn 125 medewerkers actief. Deze afdeling is in verschillende onderdelen uitgesplitst. Denk nder meer aan een reinigingsdienst, een ingenieursbureau en handhavingsteam. Hij was één van de innovatieteamleden. “Het was een erg nuttige ervaring, omdat je er zelf ook veel van leert. Je gaat op een andere manier naar je eigen organisatie kijken. De rol van de markt en overheid is vanuit verschillende invalshoeken benaderd. Dit sloot aan bij onze nieuwe werkwijze. We waren al enige tijd bezig met een vernieuwing van de werkprocessen.

 

We kwamen uit bij de methodiek van Lean. Dat is een filosofie en werkwijze waarbij alles en iedereen in de onderneming zich richt op het genereren van toegevoegde waarde en het centraal stellen van klant. Je moet je afvragen of wat je doet toegevoegde waarde heeft. De slogan is ‘aanraken is afmaken’. Je moet het jezelf en de klant zo gemakkelijk mogelijk maken. Daardoor verbetert de kwaliteit, dalen de kosten en daardoor stijgt de winst. We zien dankzij informatie uit rioolinspecties zelf wat er gedaan moet worden. Als er iets vervangen moet worden, slaan we dat op. Al die relevante informatie wordt opgeslagen en vervolgens gebruikt voor het opstellen van een prestatiecontract. Er komt een vervangingspiek aan op het gebied van rioolvervanging. Er worden al inspecties uitgevoerd, maar ik merk dat we achterlopen. Er moet hoe dan ook iets gebeuren om het proces te versnellen. Een ingenieursbureau werkt traditioneel met een RAW-bestek waar zowat elke handeling stapje voor stapje wordt voorgeschreven. Voordat je alles in kaart hebt gebracht en weet wat er precies moet gebeuren, ben je een jaar verder. Er moest wat veranderen,” stelt Van Tuil.

Einde lineaire economie

Daar sluit Van der Wee zich volledig bij aan: “We moeten af van de huidige lineaire economie. Als men op dezelfde manier doorgaat, raakt de aarde binnen afzienbare tijd volledig uitgeput. Grond- en brandstoffen zijn immers eindig. Verandering is noodzakelijk.” Volgens de directeur is de circulaire economie de oplossing. De circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. “De circulaire economie heeft de potentie om de oplossing te bieden. Niet alleen voor gemeenten, maar ook op mondiaal vlak. Er wordt economische waarde gecreëerd, omdat er prestatiegericht gewerkt wordt. Er zijn minder financiële (markt)transacties nodig en er kan efficiënter gewerkt worden. Ook wordt het cradle to cradle principe gehanteerd wat een ecologische waarde heeft. Tot slot levert de circulaire economie een sociale waarde op, omdat er meer werkgelegenheid gecreëerd wordt,” zegt Van der Wee.

 

De M.J. Oomen Groep is momenteel druk bezig met een pilot. “Het doel is om in kaart te brengen wat organisaties moeten doen om zo goed mogelijk samen te kunnen werken. Gemeenten en aannemers moeten een gezamenlijk doel nastreven. Er moeten daarom gedragsveranderingen ontstaan om tot die nieuwe vorm van samenwerking te komen. Het is een groeitraject. De pilot is bedoeld om de processen te optimaliseren en de partijen aan elkaars werkwijzen te laten wennen. Dat is erg belangrijk, want in het verleden werd er soms langs elkaar heen gewerkt. Als een gemeente iets nieuws wilde proberen, dan was de markt daar nog niet klaar voor en vice versa. Dat willen we voorkomen. Uiteindelijk streven de gemeente en aannemer hetzelfde doel na: de burger. Dat is onze gemeenschappelijke klant. Als de burger tevreden is, is de gemeente dat ook over de aannemer.”

Ruimte voor besparing

Het opstellen van een meerjaren prestatiecontract biedt niet alleen voordelen voor gemeenten, maar ook voor aannemers. “Omdat er een vastgesteld bedrag is afgesproken, is er ruimte voor besparing. De aannemer mag immers zelf beslissen welke oplossing het meest geschikt is voor een specifieke situatie. Er wordt geen bestek meer voorgeschreven door de gemeente en dat biedt ruimte voor meer innovatie. Het gaat niet meer om materiaalkeuzes, maar om functionaliteit en duurzaamheid. Het gaat er niet om hoe je een oplossing aanbiedt zolang deze maar werkt. Het draait niet meer om een product, maar om een dienst. In plaats van een lamp te kopen, betaal je voor licht. Je neemt als het ware een abonnement op een dienst. De aanbieder krijgt een andere rol. Een productiefabriek transformeert in een onderhoudsdienst. Het doel is om de klant zolang mogelijk aan het product te binden. Als de onderhoudskosten laag zijn, hoeft er weinig gedaan te worden en dat bespaart geld,” besluit Van der Wee.

 

Er zijn ontwikkelingen in de aannemersbranche en rioleringssector gaande. De wereld verandert en de burgers ook. Dat werkt door in de openbare ruimte. Er moet sneller gewerkt worden, zodat mogelijke overlast beperkt wordt. “Het werkproces moet geoptimaliseerd worden,” meent Van Tuil. “Er loopt al een aantal pilotprojecten in de gemeente en sommige daarvan zijn al succesvol afgerond. Momenteel wordt er een herontwerp gemaakt in een gedeelte van een wijk. Er is een zogenaamde belevingsscan gemaakt waarin burgers wordt gevraagd waar ze tegenaan liepen. Waar ligt de meeste hondenpoep en waar is er sprake van wateroverlast? Aan de hand van input van de bevolking wordt een ontwerp gemaakt. Het definitieve ontwerp wordt door de aannemer gemaakt in overleg met de bewoners. De aannemer heeft de verantwoordelijkheid voor het hele bouwproces in de de wijk, maar ook voor de communicatie richting de bewoners. Met deze manier van aanbesteden wordt meer naar de ketenbenadering gekeken.”

Gewenning

Deze nieuwe manier van werken vereist gewenning. Niet alleen voor aannemers, maar ook voor gemeenten. “Het draait nu meer dan ooit om samenwerking,” weet Van Tuil. “We vervullen nu meer een regierol. We hebben positieve feedback gekregen van burgers. We leren dan ook elke dag bij, want hoe monitor je de kwaliteit van de werkzaamheden? Daarnaast kijken we hoe we met telefoontjes van burgers omgaan. De aannemer moet die voortaan beantwoorden, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de werkzaamheden. De uitvoerende partij kan vragen het beste beantwoorden, dus daar wil de gemeente niet tussen zitten. De lijntjes worden korter, omdat de burger direct contact opneemt met de uitvoerder. Zij moeten informatieavonden organiseren voor de omwonenden. Mochten er veranderingen ontstaan doordat er nieuwe informatie is binnengekomen via die bijeenkomsten, dan moet dat aan de gemeente doorgegeven worden. Die vorm van communicatie wordt opgenomen in het prestatiecontract.” 

 

Van Tuil is erg enthousiast over het concept. Het is zeker aan te raden, mits de gemeente in kwestie er klaar voor is: “Deze werkwijze moet wel passen bij de ontwikkelingen binnen de organisatie. Voor ons kwam het goed uit, omdat we zelf ook meer richting een regierol wilden gaan en er al eerder aan dachten. Deze werkwijze past bij onze organisatievisie waarin een klantgerichte benadering centraal staat. Onze oude introverte benadering wilden we laten varen. We willen ons aanpassen aan de maatschappij en onszelf aan de klant – de burger dus – presenteren. Door onszelf als gemeente terug te trekken, ontstaat meer ruimte voor de aannemer. Traditioneel gezien zat de gemeente er tussen. Vragen aan de aannemer liepen via de gemeente. De lijntjes worden korter, want de aannemer wordt het directe aanspreekpunt voor de burger. De visie van de circulaire economie spreekt ons erg aan. In de komende periode zetten we ons in om het GRP om te bouwen naar een prestatiegericht plan. We moeten scherp krijgen wat we leveren op het gebied van riolering en waterhuishouding. Daar is nog een aantal stappen te zetten. Ons vGRP wordt begin 2015 aan de raad aangeboden.” 

 

(Bron: Frank van de Ven)

Schouwen-Duiveland
+